Baha'i Denkbeelden | God?
Baha'i Denkbeelden
Bahá'í? Bahá’u’lláh? God? Openbaring? Religie? Utopie? Mens? Dood? Coïncidenties?

INTRODUCTIE
BOEKEN
TOOLS
VISUALS
GELOOF EN VERSTAND
SLEUTELWOORDEN


BAHAIQUEST MAGAZINE logo quest

LEZINGEN
FOLDERSERIE BAHAI-DENKBEELDEN

 © GCV


DENKBEELD III

GOD?

Flame tree on the Terraces of the Shrine of the Báb

In de Bahá'í Tuinen op de Berg Karmel

Hoe God te zien?


Ware het Zijn wens dan zou Hij een zon kunnen maken uit een enkel atoom en een zee uit een enkele druppel. Duizend deuren doet Hij open waar de mens er geen één ziet. - Bahá'u'lláh

 

De Sixtijnse Kapel van het universum heeft zich niet zelf beschilderd. De Michelangelo van Michelangelo en alle genieën, mensen, dieren, dingen en melkwegen is de creatieve Geest die God heet en duizend andere namen draagt. De schepping is een emanatie van de Schepper zoals een meesterwerk een emanatie is van een meester.

 

God is onvoorstelbaar en denkbaar tegelijk. Door van Hem als een persoon te spreken wil niet zeggen dat Hij een persoon is. Hij is de Schepper van uitsluitend eenmaligheden en individuen, de Uiterste werkelijkheid - ongeboren, niet veroorzaakt, ongeschapen, zonder vorm, zoals ook de Boeddha leerde.

God past in geen enkel mensenbeeld. Hoe God is openbaart God zelf. Met iedere openbaring is die onthulling ruimer geworden. God komt het dichtst bij de mens in Zijn Manifestaties. (zie 'Spiegels' in de rubriek 'Geloof en verstand' van deze site.)

Zoals het licht onafscheidelijk is van de zon, zo is de schepping onafscheidelijk van God. Het universum was vóór de 'Big Bang' al aanwezig in een oneindig potentieel dat wetenschap zich als 'elektromagnetische energie' voorstelt. Natuurkunde en wiskunde hebben in de 20e eeuw voor het eerst dimensies aangetoond buiten ruimte en tijd. In het voorland van het fundamentele onderzoek liggen nieuwe velden van onbeschrijfelijkheid.

De hogere werkelijkheid van waaruit het universum wordt aangestuurd, is door de ontdekking van de betrekkelijkheid van ruimte en tijd, een eeuw geleden (Albert Einstein, 1905) een aantoonbaar feit. En in de kwantumfysica zijn onderzoekers doorgedrongen tot dimensies waarin "dingen" niet bestaan en tegelijkertijd bouwstenen zijn van de vaste stof.

De nieuwe mens zal op wetenschappelijk goede gronden in God en een hogere werkelijkheid geloven. Er is een geleidelijke synthese aan de gang tussen fysica en metafysica waarbij parallellen blijken tussen de moderne fysica en de oosterse mystiek. (Teilhard de Chardin, Fritjof Capra). Wat voor velen nog steeds geloof is, blijkt voor anderen allengs bewezen. Wat nu nog metafysisch lijkt, zal morgen al tot de hogere wetenschappen behoren.

Fysica en metafysica fuseren in een universeel wereldbeeld. Terwijl een vooraanstaande geleerde in academisch Nederland nog op zoek is naar het absolute Niets waar absoluut alles uit kwam, heeft het materialisme als geloof zijn langste tijd gehad. In een nieuwe Renaissance breekt het besef door dat onderzoek alleen slechts verschijnselen beschrijft van iets dat alleen door openbaring gekend kan worden. Religie bereikt door de Openbaring van Bahá'u'lláh een wereldhistorisch niet eerder vertoont niveau.

[Leest u ook het artikel 'Religie' in de rubriek 'Geloof en verstand' van deze site; of hoofdstuk 'Het paradijs van de schepping' in de rubriek "Eden" van de website Bahaiquest]

 

De mensheid staat voor een definitieve toekomstkeuze
en wordt één kant opgeduwd:
die van een schijnbare utopie: de wereldvrede.

 

Sinds de jongste godsopenbaring woedt een heilige beeldenstorm door de sacrale hallen van weleer. Culturen, machten en leergebouwen wankelen. De orde van gisteren schuift naar de achtergrond van het wereldtoneel. Goddelijke krachten zetten een nieuwe beschaving in scène. De condities van het nieuwe millennium dwingen de mens tot menselijkheid op planetaire schaal. Deze condities zijn geen toeval maar de intentie van de Schepper. In het brandpunt van die ontwikkeling staat de Openbaring van Bahá'u'lláh.

In de "Openbaring van Johannes", aan het einde van het Nieuwe Testament, staat onder het hoofd "Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde":
Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’ – Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’

Bahá'ís denken dat dit beeld op het aanbreken naar de era van Bahá'u'lláh verwijst.

Terwijl het individu vrij is om zijn weg tussen hoog en laag te gaan, ook in intellectueel opzicht, is het onbewuste van het individu en de evolutie van het menselijk geheel aan Gods wetmatigheden onderworpen. Gods wil dwingt de richting op van een nieuwe wereldorde. Eenwording van de mensheid door expansie van het collectieve bewustzijn, de stelling waarmee de paleontoloog en mysticus Teilhard de Chardin (1881-1955) een halve eeuw geleden opzien baarde, vindt in de eerdere openbaring van Bahá'u'lláh hoogste bevestiging.

Mensenmacht kan die mentale evolutie vertragen, zij het op straffe van tegenspoed. Uiteindelijk zal de mensheid geestelijk daar aankomen waar God het wil: in een gepacificeerde wereld waarin het bewustzijn van saamhorigheid ongekende creatieve krachten zal vrijzetten. De macht van het nu nog opgesloten bewustzijn zal in de Grote Vrede de gehele aarde naar het goede veranderen.

 

C I T A T E N

Uit de Geschriften van het Bahá'í-geloof

Voor ieder scherpziend en verlicht hart is het duidelijk dat God, de onkenbare Essentie, het Wezen van God, onmetelijk verheven is boven iedere menselijke eigenschap, zoals lichamelijk bestaan, stijgen en neerdalen, vooruitgang en teruggang. [-] Hij is en was altijd verborgen in de aloude eeuwigheid van Zijn wezen en zal eeuwig­durend in Zijn Werkelijkheid verborgen blijven voor het oog van de mens.

Bahá'u'lláh

Het wezen van God is niet te bevatten voor de mens, even als de werelden achter deze werelden en de omstandigheden die er heersen. Het is aan de mens gegeven kennis en hoge geestelijke eigen­schappen te kunnen verwerven, verborgen waarheden te ontdekken en zelfs eigenschappen Gods te vertonen, maar de mens kan het Wezen Gods niet bevatten. Waar de steeds wijder wordende cirkel van menselijke kennis aan de geestelijke wereld raakt, zendt God een Manifestatie die Zijn heerlijkheid weerspiegelt.

'Abdu'l-Bahá

Het Bahá'í Godsbeeld

In het boek van Zekerheid verklaart Bahá'u'lláh het bestaan en de eenheid van een persoonlijke God Die onkenbaar is, onbereikbaar, de bron van alle Openbaringen, eeuwig, alwetend, alom-tegenwoordig en almachtig; verklaart Hij de betrekkelijkheid van religieuze waarheid en de continuïteit van goddelijke Openbaring; bevestigt Hij de eenheid van de Profeten, de alomvattendheid van Hun Boodschap, de volkomen gelijkheid van Hun basisleringen, de heiligheid van Hun geschriften en het tweevoudige karakter van Hun rang; stelt Hij de blindheid en de eigenzinnigheid aan de kaak van theologen en geleerden in ieder tijdperk; citeert en verduidelijkt Hij de gelijkenissen van het Nieuwe Testament, de moeilijk te begrijpen verzen in de Qur'án en de cryptische islamitische tradities, die eeuwenlang misverstand, twijfel en haatgevoel hebben aangekweekt, waardoor de volgelingen van leidende religieuze stelsels werden verdeeld en van elkaar gescheiden gehouden; en somt Hij de vereisten op waaraan iedere ware zoeker moet voldoen om het doel van zijn zoeken te kunnen bereiken.

Shoghi Effendi

 

Baha'i Denkbeelden is een particulier initiatief van Gunter C. Vieten en een team van Nederlandse Bahá’ís
De vormgeving is van Steiner Graphics, Genève – Toronto